Retour

Richtlijn (EU) 2025/2360 over bodemgezondheid: wat Belgische bedrijven tegen 2028 moeten verwachten

Adrien CapozzaChief Data Officer

Meer dan twintig jaar lang waren er specifieke Europese richtlijnen voor water en lucht. De bodem wachtte nog. Richtlijn (EU) 2025/2360, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 26 november 2025, vult deze leemte eindelijk op. Als eerste bindende tekst op Europees niveau over bodemmonitoring en -veerkracht, verplicht deze de lidstaten tot omzetting vóór 16 december 2028. In België moeten de drie Gewesten deze integreren in hun respectievelijke regelgevende kaders.

Een juridisch hiaat van twintig jaar eindelijk opgevuld

De kaderrichtlijn water dateert van 2000. Die voor lucht van 1996. De Europese bodems hadden tot nu toe echter geen uniform juridisch kader: verschillende pogingen waren mislukt, waaronder een eerste voorstel van de Commissie al in 2006.

Op 23 oktober 2025 heeft het Europees Parlement zijn definitieve goedkeuring gegeven. Richtlijn (EU) 2025/2360 van 12 november 2025 betreffende de monitoring en veerkracht van bodems is op 26 november 2025 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en is in werking getreden op 16 december 2025.

De langetermijnambitie: gezonde bodems in heel Europa tegen 2050. Deze doelstelling is niet juridisch bindend, maar de richtlijn legt de basis voor een gemeenschappelijk kader: gedeelde definities, een geharmoniseerd monitoringsysteem, rapportageverplichtingen en het beheer van verontreinigde locaties.

De constatering die aan deze tekst ten grondslag ligt, is ernstig: volgens de schattingen die in de richtlijn zelf worden genoemd, is tussen 60 en 70% van de Europese bodems vandaag de dag gedegradeerd, en de trend keert niet om.

Contraste entre sol dégradé sous site industriel et espace vert naturel, vu du ciel

Wat de richtlijn concreet oplegt aan de lidstaten

De tekst structureert de verplichtingen van de lidstaten in verschillende onderdelen:

Monitoring en evaluatie van de bodemgezondheid.

Elke staat moet bodemdistricten en bodemeenheden afbakenen voor monitoring- en rapportagedoeleinden. De gezondheid van deze eenheden zal worden beoordeeld aan de hand van een reeks geharmoniseerde indicatoren: organisch koolstofgehalte, bulkdichtheid, elektrische geleidbaarheid, concentratie zware metalen, enz. PFAS (eeuwige chemicaliën) en pesticiden zijn expliciet opgenomen in de lijst van te monitoren verontreinigende stoffen, een bepaling die direct aansluit bij de Belgische regelgevende actualiteit over dit onderwerp.

Register van potentieel verontreinigde locaties.

De lidstaten moeten een openbaar register opstellen dat systematisch de potentieel verontreinigde locaties op hun grondgebied inventariseert. Dit register zal toegankelijk zijn voor het publiek.

Periodieke evaluaties en Europese rapportage.

De eerste volledige evaluaties van de bodemgezondheid moeten worden uitgevoerd vóór 17 december 2031, en vervolgens om de zes jaar worden herhaald. De gegevens zullen worden doorgegeven aan de Europese Commissie en het Europees Milieuagentschap (EMA).

Gemeenschappelijke Europese database.

De Commissie en het EER zullen uiterlijk op 17 december 2027een databank over bodemgezondheid opzetten, waarin nationale en regionale gegevens worden geïntegreerd.

Quelqu'un qui tient un tas de terre entre ses mains, en portant des gants en caoutchouc

In België: drie Gewesten, dezelfde termijn

Milieu is een regionale bevoegdheid in België. Elk van de drie Gewesten heeft een eigen wetgevend kader voor bodembeheer:

Wallonië

Bodemdecreet van 1 maart 2018, beheerd door de Service public de Wallonie (SPW).

Procedures: oriënterend onderzoek → beschrijvend onderzoek → risicoanalyse. Bodemregister: BDES (Banque de Données de l'État du Sol).

Brussel-Hoofdstad

Bodemordonnantie van 5 maart 2009 (gewijzigd in 2017), beheerd door Leefmilieu Brussel.

Procedures: RES (Erkenning van de bodemtoestand), gedetailleerd onderzoek (GO), risicoanalyse (RA).

Vlaanderen

Bodemdecreet van 27 oktober 2006, met de OVAM als bevoegde autoriteit (bodem en afvalstoffen).

Procedures: OBO (oriënterend bodemonderzoek), BBO (beschrijvend bodemonderzoek), BSP (bodemsaneringsproject). De OVAM promoot al jaren een integrale aanpak van bodembeheer die verder gaat dan louter sanering: een filosofie die nauw aansluit bij de geest van de richtlijn.

Deze drie regionale kaders zullen de vereisten van Richtlijn (EU) 2025/2360 moeten integreren vóór 16 december 2028. De richtlijn schrapt de bestaande regionale wetgevingen niet: ze voegt er een laag van toezicht en rapportage op Europees niveau aan toe, en introduceert gemeenschappelijke definities die kunnen interageren met de geldende regionale teksten.

Wat dit voor u betekent

Als uw bedrijf een potentieel verontreinigde site exploiteert of heeft geëxploiteerd, dan raakt deze richtlijn u rechtstreeks.

Het is nu tijd om te handelen... voordat de openbare registers zijn opgesteld en de omzetting effectief is.

Openbaar register van verontreinigde sites.

Eigenaren en exploitanten van potentieel verontreinigde sites hebben er belang bij om de staat van hun bodem nauwkeurig te kennen voordat deze inventarisatie operationeel is. Een voorafgaand oriënterend onderzoek biedt een duidelijk en beheerst beeld van de situatie.

PFAS en pesticiden onder verscherpt toezicht.

Deze stoffen zullen onder geharmoniseerd Europees toezicht staan. De betrokken industrieën (chemie, oppervlaktebehandeling, voedingsmiddelenindustrie) en de te herontwikkelen sites moeten anticiperen op een toenemende druk.

Bodemverharding op de Europese agenda.

De verstening van de bodem zal voortaan op Europees niveau worden gevolgd en gerapporteerd. Voor projectontwikkelaars en opdrachtgevers is dit een extra signaal om ontharding en duurzaam beheer van regenwater reeds bij het ontwerp van de projecten te integreren.

CSRD en ESG-rapportage.

Voor bedrijven die vallen onder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) of die zich vrijwillig inzetten voor ESG, zal de bodemgezondheid een indicator worden die moet worden opgenomen in hun niet-financiële verslag.

ABV Environment begeleidt haar klanten bij het uitvoeren van bodemonderzoeken: oriënterend onderzoek, karakteriseringsonderzoek, risicoanalyse (in de drie Belgische Gewesten, alsook bij integraal bodembeheer en het voldoen aan wettelijke voorschriften).

Erkend voor bodemverontreiniging in Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en erkend type 1-deskundige in Vlaanderen, kan ABV Environment uw situatie beoordelen en u begeleiden bij het anticiperen op deze nieuwe verplichtingen.

Valt uw site mogelijk onder het toekomstige Europese register? Onze teams staan klaar om dit met u te bespreken.