Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing: een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de regelgeving


Naarmate het einde van 2026 nadert, blijft het wettelijke kader rond de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing evolueren. De voorbije jaren hebben verschillende belangrijke wijzigingen de toepassingsvoorwaarden van dit fiscale voordeel voor ploegenarbeid, volcontinuarbeid, nachtarbeid en werken in onroerende staat opnieuw vormgegeven.
Van de invoering van de ābis-regeling voor ploegenarbeidā tot de recente hervorming van de nachtarbeid, en met inbegrip van bepaalde verplichtingen die tijdens fiscale controles belangrijke aandachtspunten zijn geworden, blikken we terug op de belangrijkste ontwikkelingen van de voorbije jaren. Daarnaast bespreken we ook de invoering van de correctiefactor die vanaf 2027 wordt verwacht en die het bedrag van de vrijstellingen zal verminderen.
Ter herinnering: waaruit bestaan deze vrijstellingen?
De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing stelt ondernemingen in staat een deel van de op de bezoldigingen van hun werknemers ingehouden bedrijfsvoorheffing te behouden, op voorwaarde dat aan specifieke voorwaarden is voldaan.
Tot de belangrijkste regelingen behoren:
- Ploegenarbeid en volcontinuarbeid: een vrijstelling van 22,8% van de in aanmerking komende belastbare bezoldigingen, verhoogd tot 25% voor volcontinuarbeid.
- Nachtarbeid: een vrijstelling van 22,8%, die onder meer afhankelijk is van de toekenning van een nachtpremie en de naleving van de een derde-regel inzake arbeidstijd.
- Werken in onroerende staat: een vrijstelling van 18% voor werken die onder bepaalde voorwaarden in ploegverband op een werf worden uitgevoerd.
Deze regelingen vormen een belangrijke hefboom voor de vermindering van de loonkosten, maar de toepassing ervan vereist dat de wettelijke, loon- en administratieve voorwaarden die eigen zijn aan elke regeling, worden nageleefd.
Voor meer details over de toepassingsvoorwaarden kunt u onze specifieke paginaās raadplegen: Ploegen- en Nachtarbeid en Werken in onroerende staat.
1. Ploegenarbeid: de invoering van de ābis-regelingā, een belangrijke ontwikkeling
Een van de belangrijkste ontwikkelingen van de voorbije jaren heeft betrekking op het begrip āzelfde werkā, dat vereist is om in aanmerking te komen voor de vrijstelling voor ploegenarbeid.
De klassieke regeling vereist onder meer dat opeenvolgende ploegen identiek werk uitvoeren, zowel wat de aard als de omvang ervan betreft. De strikte interpretatie van deze voorwaarde, bevestigd door het Grondwettelijk Hof in februari 2024, heeft de toepassing van de regeling voor tal van ondernemingen bemoeilijkt omdat hun productievolumes van ploeg tot ploeg verschillen.
Om aan deze moeilijkheid tegemoet te komen, heeft de wetgever in mei 2024 de variant āploegenarbeid bisā ingevoerd.
Dankzij deze regeling blijft het voordeel van de vrijstelling behouden wanneer de omvang van het werk tussen de ploegen verschilt, op voorwaarde dat de aard ervan identiek blijft. De fiscale omvang stemt
overeen met het variatiepercentage van de personeelsbezetting van de ene ploeg ten opzichte van de andere. Het fiscale voordeel wordt dan proportioneel verminderd volgens de vastgestelde verschillen, door toepassing van een omvangsfactor.
Het gaat dus niet langer om een alles-of-nietsbenadering, maar om een vrijstelling die is afgestemd op de realiteit van de prestaties.
De toepassing van deze variant vereist echter nauwkeurige berekeningen. Het verschil in omvang tussen de opeenvolgende ploegen moet dag per dag worden bepaald en vervolgens worden samengevoegd voor de betrokken periode. Deze methode vereist betrouwbare en voldoende gedetailleerde operationele gegevens. Ze brengt ook zwaardere administratieve formaliteiten met zich mee, die een belangrijk aandachtspunt vormen voor ondernemingen die de bis-regeling willen toepassen.
Deze maatregel werd oorspronkelijk tijdelijk ingevoerd en loopt volgens de huidige bepalingen tot 31 december 2026. Een eventuele verlenging of vervanging door een definitieve regeling blijft dan ook een belangrijk aandachtspunt voor de betrokken ondernemingen met het oog op 2027.
2. Nachtarbeid: een belangrijke aanpassing sinds juni 2026
Een andere recente ontwikkeling is de hervorming van de nachtarbeid, die op 1 juni 2026 in werking is getreden en gepaard gaat met een aanpassing van de fiscale regelgeving.
Deze hervorming heeft met name betrekking op de distributiesector en aanverwante sectoren, waaronder de e-commerce.

Voor werknemers die vanaf 1 juni 2026 in de betrokken ondernemingen zijn aangeworven, is nachtarbeid die recht geeft op de bijbehorende premies en voordelen voortaan in principe beperkt tot prestaties tussen 23.00 en 6.00 uur tegenover 20.00 tot 6.00 uur voordien. De rechten van werknemers die al in dienst waren, blijven behouden en gunstigere bepalingen kunnen van toepassing blijven.
Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de berekening van de fiscale vrijstelling. De wetgeving houdt voortaan rekening met de definitie van nachtarbeid in het arbeidsrecht. Zo kunnen tussen 20.00 en 23.00 uur gepresteerde uren alleen in de berekening van de een derde-regel worden opgenomen indien daarvoor ook een nachtpremie wordt betaald.
Voor de betrokken ondernemingen is het dan ook essentieel om de gepresteerde uren en uurroosters, de effectief toegekende nachtpremies en de naleving van de een derde-regel te controleren, teneinde de toepassing van de vrijstelling veilig te stellen.
3. Werken in onroerende staat: de aangiften van werken centraal tijdens fiscale controles
Sinds april 2022 moeten ondernemingen die de vrijstelling voor werken in onroerende staat genieten, bovendien hun verplichtingen inzake aangiften van werken bij de RSZ naleven wanneer zij daartoe verplicht zijn.

De niet-naleving van deze verplichting kan de toepassing van de vrijstelling in het gedrang brengen, los van de naleving van de andere voorwaarden met betrekking tot de prestaties en de samenstelling van de ploegen.
Hoewel deze verplichting niet nieuw is, kwam het belang ervan bijzonder duidelijk naar voren tijdens de fiscale controles die in 2026 werden uitgevoerd.
Dankzij onze jarenlange ervaring met het begeleiden van ondernemingen tijdens dergelijke controles, stellen wij vast dat de fiscale Administratie steeds meer aandacht besteedt aan de conformiteit van de RSZ-aangiften. De controles beperken zich niet langer tot de uurroosters en de organisatie van de ploegen: ook de aangiften van werken, de verplichting daartoe en de bewijsstukken die de naleving ervan aantonen, worden onderzocht.
Deze ontwikkeling onderstreept het belang van een nauwgezette administratieve opvolging van de werven, in het bijzonder wat de RSZ-aangiften, het beroep op onderaanneming en het bewaren van de bewijsstukken betreft.
4. Vanaf 2027: de invoering van een correctiefactor
Tot slot werd recent een nieuwe ontwikkeling goedgekeurd in het kader van de programmawet van 30 mei 2026: de invoering van een correctiefactor die vanaf 1 januari 2027 van toepassing is op de vrijstellingen van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.
De doelstelling van de regering is de budgettaire kostprijs van deze regelingen te beheersen, met name door de effecten van inflatie en loonindexering te neutraliseren.
Het bedrag van de vrijstellingen wordt aldus verminderd volgens de volgende coƫfficiƫnten:
- 2027: 97%
- 2028: 93,35%
- Vanaf 2029: 95,9%
Bij wijze van voorbeeld wordt een theoretische vrijstelling van 100.000 euro in 2027 herleid tot 97.000 euro, wat neerkomt op een vermindering van 3.000 euro van het fiscale voordeel.
Deze coƫfficiƫnten kunnen worden aangepast onder de voorwaarden waarin de wetgeving voorziet. De uitvoeringsmodaliteiten moeten nog nader worden bepaald.
Deze maatregel zal van toepassing zijn op de verschillende vrijstellingsregelingen en moet vanaf 2027 in aanmerking worden genomen in de berekeningen en aangiften van de werkgevers.
Een essentiƫle opvolging om de vrijstellingen veilig te stellen en te optimaliseren
Deze opeenvolgende ontwikkelingen illustreren de toenemende complexiteit van de regelgeving en het belang van een nauwgezette opvolging van de vrijstellingen van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.
Onze ervaring met fiscale controles toont aan dat de kwaliteit van de gegevens, de betrouwbaarheid van de berekeningen en de beschikbaarheid van de bewijsstukken bepalende elementen zijn geworden om deze voordelen veilig te stellen. De in 2026 uitgevoerde controles, met name met betrekking tot de RSZ-aangiften in de sector van de werken in onroerende staat, bevestigen deze tendens.
Naast de naleving van de regelgeving maakt een grondige analyse het ook mogelijk optimalisatiemogelijkheden te identificeren, met name voor voorgaande jaren. In dat verband kunnen met betrekking tot 2023 nog terugvorderingen worden overwogen vóór het einde van 2026, onder voorbehoud van de toepasselijke voorwaarden en termijnen.
ABV begeleidt ondernemingen bij de toepassing en optimalisatie van deze regelingen, het veiligstellen van de berekeningen en de begeleiding tijdens fiscale controles, naargelang hun behoeften.
ā
