PFAS in bodem en water: wat de proefprojecten in Willebroek veranderen voor uw projecten


PFAS, of per- en polyfluoralkylstoffen, kunnen niet worden aangepakt als een klassieke, lokale verontreiniging. Vanwege hun persistentie, mobiliteit en de diversiteit aan moleculen is het essentieel om de historiek van de site, de verschillende milieus en het toekomstige gebruik in kaart te brengen. In Willebroek, Vlaanderen, zijn nu twee proefinstallaties van het Europese project LIFE PFASTER operationeel. Het doel: saneringstechnieken voor bodem en grondwater testen en lessen trekken die toepasbaar zijn op andere locaties.
Willebroek: een proefproject dat verder kijkt dan het perceel
Op 13 augustus 2026 kondigde de OVAM de ingebruikname aan van twee proefinstallaties op de voormalige site van papierfabriek De Naeyer in Willebroek. De tests zullen de komende weken en maanden continu draaien om saneringstechnieken voor PFAS-verontreiniging te evalueren. De site is bijzonder leerzaam omdat de besmetting zich niet beperkt tot het voormalige industrieterrein: ze strekt zich ook uit tot de omgeving, waaronder het natuurgebied Broek de Naeyer.
Er is dus gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak. De replicatiepagina van het PFASTER-project beschrijft een conceptueel model van de site dat rekening houdt met bodem, sediment, grondwater, oppervlaktewater en de aquatische en terrestrische voedselketens. De technieken worden beoordeeld op hun toepasbaarheid, kosten, duurzaamheid en vermogen om menselijke, ecologische en verspreidingsrisico's te beperken. Dit is cruciaal voor projectontwikkelaars: het juiste antwoord is niet per se het verplaatsen van de vervuiling. Het moet het risico op een verifieerbare manier verminderen, op lange termijn en op een schaal die consistent is met de verspreidingsroutes.
Waarom een PFAS-diagnose verschillende milieus moet combineren
De Europese Commissie wijst erop dat PFAS zeer persistent zijn en kunnen circuleren tussen bodem, water en ecosystemen. Sinds 12 januari 2026 moeten lidstaten PFAS in drinkwater monitoren volgens een geharmoniseerde methode en maatregelen nemen wanneer de toepasselijke waarden worden overschreden. Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor waterwinningen en watervoorraden, maar onderstreept ook het belang van een milieudiagnose die stroomopwaartse verspreiding kan identificeren.
In de praktijk kan het analyseren van enkel de bodem of enkel het grondwater leiden tot een onvolledig beeld. Het onderzoek moet de potentiƫle bronnen, migratieroutes en receptoren met elkaar verbinden: gebouwen, tuinen, gewassen, waterwinningen, waterlopen, natuurgebieden of naburige activiteiten. De bemonsteringsstrategie moet bovendien in verhouding staan tot de historische context en het toekomstige gebruik van de site. PFAS is geen enkelvoudig molecuul: de analyse en interpretatie moeten rekening houden met een hele familie van stoffen en hun uiteenlopende eigenschappen.
In Vlaanderen vragen de aanvullende richtlijnen van de OVAM voor het beschrijvend bodemonderzoek, gepubliceerd op 7 juli 2025, onder meer om relevante milieus gelijktijdig te onderzoeken en PFAS als een groep parameters te beschouwen. Dit kader herinnert aan een eenvoudige operationele regel: de kwaliteit van een saneringsbesluit hangt in de eerste plaats af van de kwaliteit van het vervuilingsmodel.

Drie regio's, drie regelgevende ingangen
In Belgiƫ wordt de PFAS-problematiek binnen een regionaal kader behandeld. In Walloniƫ moet een verdachte site worden geanalyseerd volgens het Bodemdecreet van 1 maart 2018 en de geldende onderzoeksfasen, van oriƫnterend onderzoek tot beschrijvend onderzoek en, indien nodig, een risico-evaluatie. De resultaten kunnen ook gevolgen hebben voor een omgevingsvergunning of een unieke vergunning.
In Brussel vormt het bodemattest het startpunt voor vele procedures. Leefmilieu Brussel geeft aan dat dit toelaat om de aard en de omvang van een bodem- of grondwaterverontreiniging vast te stellen en het verdere verloop van de procedure te bepalen. De administratie beschikt bovendien over een Code van Goede Praktijk voor het onderzoek en de sanering van PFAS in bodem en grondwater. Een aanzienlijke verontreiniging kan leiden tot noodmaatregelen, afhankelijk van de nabijheid van gevoelige zones zoals moestuinen, scholen of waterwinningen.
In Vlaanderen is de procedure opgebouwd rond het oriƫnterend bodemonderzoek (OBO) en het beschrijvend bodemonderzoek (BBO). De OVAM heeft specifieke protocollen ontwikkeld voor verdachte sites, met name die in verband met het gebruik van blusschuim dat fluorverbindingen bevat. De proefprojecten in Willebroek creƫren op zichzelf geen nieuwe algemene verplichting. Ze vormen echter wel een nuttige bron van ervaring om technieken te vergelijken en beheerstrategieƫn voor diffuse verontreiniging voor te bereiden.
.avif)
Wat dit voor u betekent
Voor een industrieel, projectontwikkelaar of publieke actor is de eerste uitdaging om het PFAS-risico te identificeren voordat het een transactie, uitbreiding of vergunningsaanvraag blokkeert. Dit vereist een gericht historisch onderzoek, het verifiƫren van activiteiten waarbij PFAS mogelijk zijn gebruikt of uitgestoten, het raadplegen van beschikbare regionale gegevens en een bemonsteringsstrategie die alle relevante milieus dekt.
De tweede uitdaging is om niet enkel op basis van een analytisch resultaat een saneringstechniek te kiezen. De kenmerken van de site, de verspreidingsroutes, het toekomstige gebruik, de werfbeperkingen, de kosten en de neveneffecten moeten in samenhang worden vergeleken. De lessen van PFASTER gaan precies in die richting: een gebiedsgerichte aanpak opbouwen, verschillende technieken evalueren en streven naar een risicoreductie die technisch haalbaar, duurzaam en repliceerbaar is.
ABV Environment begeleidt industriƫle en vastgoedprojecten, van de diagnose van bodem en grondwater tot het beheer van regionale procedures, het vergelijken van saneringsopties en het veiligstellen van vergunningen. Heeft uw site een activiteitengeschiedenis die wijst op een PFAS-risico? Een gestructureerde diagnose vooraf kan een milieuonzekerheid omzetten in een bruikbare beslissing.
